Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Mr. M.Meijsen en prof. mr. A.W. Jongbloed: procedure bij conservatoir beslag onevenwichtig

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Mr. M.Meijsen en prof. mr. A.W. Jongbloed: procedure bij conservatoir beslag onevenwichtig

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Publicaties arrow Mr. M.Meijsen en prof. mr. A.W. Jongbloed: procedure bij conservatoir beslag onevenwichtig
 
Mr. M.Meijsen en prof. mr. A.W. Jongbloed: procedure bij conservatoir beslag onevenwichtig
donderdag, 20 mei 2010

Doel is pushen wederpartij geworden ipv zekerheidsstellende functie

Rvdr Den Haag- De invoering van een informatieplicht voor verzoekers van conservatoir beslag maakt de procedure evenwichtiger en stelt rechters in staat meer afgewogen besluiten te nemen.

Dit volgt uit onderzoek dat in opdracht van de Raad voor de rechtspraak werd uitgevoerd door mr. M. Meijsen en prof. mr. A.W. Jongbloed, beiden verbonden aan het Molengraaff instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht

Onevenwichtig
Om zeker te zijn dat een eiser bij een gunstige uitslag in een civiele procedure ook verhaal kan halen op de wederpartij, kan hij al voordat een procedure is gestart beslag laten leggen op bezittingen van de wederpartij via een conservatoir beslag.

Omdat de rechter bij het toetsen van en oordelen over deze aanvraag alleen informatie van de beslaglegger heeft, is de kans klein dat hij zal concluderen dat het motief dat aan het verzoekschrift tot het leggen van beslag ten grondslag ligt oneigenlijk of ondeugdelijk is. Mede hierdoor wordt toestemming voor het leggen van beslag vrijwel altijd gegeven.

Ter bescherming van de belangen van de beslagene kent de wet naast deze toetsing twee voorzieningen: de mogelijkheid om via kortgeding het beslag opgeheven te krijgen en de risicoaansprakelijkheid voor schade in geval het conservatoir beslag geheel ten onrechte is gelegd. 

Al met al geeft de wet drie waarborgen voor een evenwichtige rechtsgang. De kernvraag in het onderzoek luidt of die drie onderdelen in de praktijk het bedoelde evenwicht in rechtsbescherming van zowel de eiser als de gedaagde ook realiseren. De onderzoekers beantwoorden die vraag negatief.

Zij menen dat er sprake is van een uitholling van de waarborgfuncties en dat er geen sprake meer is van het destijds door de wetgever voorziene evenwicht. In dat verband wijzen ze er op dat in tweederde van de gevallen van beslaglegging het leggen van druk op de wederpartij een belangrijke rol speelt, wat anders is dan de in de wet bedoelde zekerheidsstellende functie van de voorziening.

Informatieplicht beslaglegger
Verbetering van de situatie zou volgens de onderzoekers ontstaan als de rechters bij de toetsing van het verzoek meer aansluiting zoeken bij de in de dagvaardingsprocedure in artikel 111 en 128 Rv geëiste substantiëringsplicht.

Dat komt de positie van de beslagene ten goede: die kan zich immers beter verweren tegen de stellingen die verzoeker aanvoert.

Een grotere mate van substantiëring is ook voor rechters voordelig: zij beschikken dan bij de beoordeling over evenwichtiger informatie. Een wetswijziging in deze richting zal niet op korte termijn een feit zijn; dat is echter geen belemmering voor een ‘minder lijdelijke’ opstelling in de praktijk. Op de waarde van die cultuuromslag kan nu al gewezen worden.

Het onderzoek is verschenen in de serie Research Memoranda (nr. 2, 2010) onder de titel ‘Conservatoir beslag in Nederland: zekerheid en pressiemiddel.’

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 18 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Afwijzing aanvraag om wel heel bijzondere bijstand: kroegbezoek chronisch psychiatrisch patiënt

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante (de aanvrager) lijdt meer dan twintig jaar aan een schizoaffectieve stoornis. Zij heeft vele psychiatrische behandelingen ondergaan en jarenlang een dagactiviteitencentrum bezocht. Op 11 mei 2004 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor consumptiekosten in haar stamcafé Marktzicht te Utrecht (café). 

De vrouw heeft toegelicht dat zij een chronisch psychiatrisch patiënt is en dat zij niet alleen thuis kan zijn. Zij brengt haar dagen door in het café om onder de mensen te zijn.

Bij besluit van 15 juni 2004 heeft de gemeente deze aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 16 augustus 2005 heeft de rechtbank het beroep tegen het (latere) besluit ongegrond verklaard. Jaren later (2010) heeft de vrouw het nog een keer geprobeerd, maar de gemeente wees het weer af. Uiteindelijk belandde de zaak bij de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep.

Waarom naar de kroeg?

De vrouw vindt dat zij de kosten tot een bedrag van € 300,- per maand niet meer uit haar vermogen kan bestrijden en wijst op een verklaring van haar psychiater. Daarin staat dat de vrouw niet in aanmerking komt voor reguliere dagopvang, omdat zij niet meer bestand is tegen de confrontatie met chronisch psychiatrische patiënten.

In de loop van de jaren heeft zij veel vrienden die zij via de psychiatrie heeft leren kennen, verloren onder andere door zelfdoding. Het café is een laagdrempelige manier om een sociaal netwerk op te bouwen buiten de psychiatrie. Appellante gebruikt sporadisch alcohol.

Uitspraak Centrale Raad

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Hoe zit het ook alweer met aftrekbaarheid kosten werkkamer, een voorbeeld uit de praktijk
Eiser is zelfstandige zonder personeel en woont in een huurhuis waarin hij een werkkamer heeft. In geschil is of eiser de kosten van de werkkamer in aftrek kan brengen. Tussen partijen spitst het geschil zich toe op de vraag of het huurrecht tot het bedrijfsvermogen behoort.
LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden