Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Uitspraak Hoge Raad over kredietgarantie Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Uitspraak Hoge Raad over kredietgarantie Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Hoofdpunten arrow Uitspraak Hoge Raad over kredietgarantie Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam
 
Uitspraak Hoge Raad over kredietgarantie Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam
vrijdag, 28 mei 2010

Hoge Raad - De kern van de uitspraak is dat de vraag of de gemeente Rotterdam zich kan beroepen op de nietigheid van de kredietgarantie, die zij zelf in strijd met het Europese recht aan Residex heeft afgegeven, afhangt van het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie op vragen over de gevolgen van deze verboden steunmaatregel: kan of moet die nietigheid ook uitgesproken worden als de gevolgen van de steunmaatregel daarmee in stand blijven?.

Achtergrond
Residex heeft in 2003 aan het bedrijf RDM Aerospace een lening verstrekt van ruim € 23 miljoen. Residex is daartoe overgegaan omdat het toenmalige hoofd van dienst van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam voor dat doel aan Residex een kredietgarantie heeft verstrekt. Zonder die garantie zou Residex de lening niet hebben verstrekt.

Aerospace bleek later niet in staat te zijn een groot deel van de lening aan Residex terug te betalen. Residex heeft vervolgens tegenover de Gemeente Rotterdam de garantie ingeroepen en op grond daarvan van de Gemeente betaling gevorderd van het bedrag dat Aerospace onbetaald heeft gelaten.

De Gemeente weigerde uitbetaling onder de garantie onder meer op de grond dat de garantie niet in het kader van de Europese regels op het gebied van staatssteun was aangemeld bij de Europese commissie. Daarom moet de garantie worden beschouwd als een ongeoorloofde steunmaatregel. Volgens de Gemeente heeft dit tot gevolg dat de garantie nietig is, zodat zij niet behoeft te betalen. De rechtbank Rotterdam heeft op 24.1.2007 de vordering van Residex afgewezen (AZ6904). Het hof ’s-Gravenhage heeft op 10.7.2008 het oordeel van de rechtbank bekrachtigd (BD6981).

De procedure bij de Hoge Raad
Residex heeft cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak van het hof. Voor Residex treedt als advocaat op mr. M.W. Scheltema, voor de gemeente Rotterdam mr. R.S. Meijer en mw. mr. E.M. Tjon-En-Fa, allen in Den Haag.

Bij de Hoge Raad is onder meer de vraag aan de orde gesteld of het feit dat de verstrekking van de garantie in strijd is met het Europese recht, inderdaad de nietigheid van de garantie meebrengt.
Advocaat-generaal mr. Keus heeft in zijn conclusie die vraag ontkennend beantwoord en geconcludeerd tot vernietiging van het arrest van het hof. Volgens het Europese recht dient de rechter de gevolgen van de onrechtmatige steunmaatregel zoveel mogelijk ongedaan te maken.

Dat doel wordt niet bereikt door nietigheid van de garantie omdat daardoor de lening zelf niet wordt teruggedraaid, terwijl het verstrekken van die lening nu juist het (concurrentievervalsende) gevolg van de ongeoorloofde steunmaatregel is.

Nietigheid van de garantie zou enkel tot gevolg hebben dat Residex met haar onverhaalbare vordering op Aerospace zou blijven zitten terwijl de Gemeente vrijuit gaat. Het ligt volgens de advocaat-generaal dan ook veeleer voor de hand dat de Gemeente, die immers in strijd met de Europese regels heeft gehandeld, de garantie nakomt en het risico draagt dat zij vervolgens het betaalde bedrag niet kan verhalen op Aerospace.

Uitspraak van de Hoge Raad
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een vraag van uitleg moet worden voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Hij heeft daarom aan dit hof de vraag gesteld of art. 88 lid 3 van het EG-Verdrag (dat is nu art. 108 lid 3 van het Verdrag Werking Europese Unie) de strekking heeft dat in een geval als dit de rechter in het kader van zijn verplichting tot ongedaanmaking van de gevolgen van de onrechtmatige steunmaatregel, gehouden, of anders in elk geval bevoegd is tot ongedaanmaking van de garantie (bijvoorbeeld in de vorm van nietigverklaring), ook indien dit laatste niet tevens ertoe leidt dat het onder de garantie verleende krediet wordt ongedaan gemaakt.

LJ Nummer BL4082

 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 23 oktober 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geïnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
Wim Daniëls bij rechtbank Oost-Brabant: ‘Als je er maar een komma achter zet’

De Rechtspraak, Den Haag -  Zet taalexpert Wim Daniëls met zeventig juristen in een zaal en je hebt een boeiende cocktail. Dat bleek maandag 13 mei bij de eerste editie van BuitensteBinnen, een initiatief van rechtbank Oost-Brabant om regelmatig experts van buiten uit te nodigen.

Daniëls besprak humoristisch en deskundig het taalgebruik in een aantal vonnissen. Dat leverde herkenbare voorbeelden op. Een oplossing is volgens de taaldokter binnen handbereik: “Als u met z’n allen in dit pand afspraken maakt over taalgebruik, is het nú veranderd.”

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Rechtszitting over Zwarte Piet is op donderdag 16 oktober

RvS, Den Haag -  De rechtszitting over de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam over de figuur van Zwarte Piet wordt gehouden op donderdag 16 oktober aanstaande om 10.00 uur in het gebouw van de Raad van State aan de Kneuterdijk in Den Haag.

Het is de bedoeling dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in november van dit jaar een uitspraak doet.

Uitspraak van de rechtbank
Op 3 juli van dit jaar heeft de rechtbank zich uitgesproken over de evenementenvergunning die de burgemeester van Amsterdam had verleend voor de intocht van Sinterklaas in 2013. Twintig mensen kwamen hiertegen in beroep, omdat het evenement de figuur van Zwarte Piet bevat die fundamentele vrijheden aantast en teniet doet.

LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden