Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - 86-jarige Amsterdammer mag van rechter contact onderhouden met demente ex-partner

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - 86-jarige Amsterdammer mag van rechter contact onderhouden met demente ex-partner

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opmerkelijk arrow 86-jarige Amsterdammer mag van rechter contact onderhouden met demente ex-partner
 
86-jarige Amsterdammer mag van rechter contact onderhouden met demente ex-partner
woensdag, 10 november 2010

'Bewindvoerder verloor relationele kant zaak uit oog'

Rb den Bosch - Een 86-jarige man uit Amsterdam mag weten waar zijn 85-jarige demente ex-partner verblijft en mag proberen met haar afspraken te maken. Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch 9 november jl. bepaald.

De man en vrouw sloten in 2006 een samenlevingsovereenkomst. De vrouw is begin 2009 opgenomen in het ziekenhuis. Bij de vrouw is toen een vorm van dementie geconstateerd en later ook de diagnose Alzheimer gesteld. In maart 2009 is een neef van de vrouw als haar bewindvoerder aangesteld en is een mentor benoemd.

De mentor en de bewindvoerder hebben in september 2009 uitvoerig overleg gehad over de plaatsing van de vrouw in een zorghotel.

Overeenkomstig het plan van aanpak van de mentor en de bewindvoerder is de vrouw op 19 september 2009 ondergebracht in een zorghotel. Een telefoonnummer of verblijfadres werd niet aan haar samenlevingspartner gegeven. De partijen zijn het er niet over eens of een en ander met instemming van de vrouw is gebeurd.

Volgens de mentor en de bewindvoerder leverde het samenwonen problemen op door het gedrag van de man, die zelf ook aan de ziekte van Alzheimer leed. De bewindvoerder heeft na overleg met de mentor aan de dochter van de man laten weten dat het goed met de vrouw ging.

De dochter achterhaalde op 24 september 2009 de verblijfplaats van de vrouw en volgens haar gaf zij aan te willen terugkeren naar de woning. De vrouw heeft op 30 september 2009 een briefje van de bewindvoerder ondertekend om de samenlevingsovereenkomst te beëindigen en in oktober 2009 is zij door de bewindvoerder en/of de mentor elders in een woonzorgvoorziening ondergebracht. Het nieuwe adres is voor de man en zijn dochter tot op heden geheim gehouden.

De man streeft geen hervatting van het samenleven meer na, maar treurt om de onvrijwillige breuk en mist het contact met de vrouw zeer. Hij heeft via zijn dochter en zijn advocaat meermalen aan de mentor en bewindvoerder gevraagd om haar te zien en te spreken te krijgen.

De man stapte naar de rechter en vroeg de voorzieningenrechter de mentor en bewindvoerder op te dragen de verblijfplaats en het telefoonnummer van de vrouw bekend te maken en ervoor te zorgen dat hij drie keer per week telefonisch contact met haar kan hebben. Ook vroeg de man een omgangsregeling te treffen. De bewindvoerder en de mentor vroegen de rechter een contactverbod op te leggen.

De voorzieningenrechter hield de behandeling van het kort geding op 11 oktober 2010 aan in verband met een huisbezoek aan de vrouw om haar visie te vernemen. In aansluiting op dat gesprek heeft de rechter met de advocaten van beide partijen afgesproken dat er een eenmalige ontmoeting tussen de man en de vrouw zou plaatsvinden. Die ontmoeting heeft op 22 oktober 2010 plaatsgehad.

Volgens de man is de ontmoeting positief verlopen en is er alle reden voor periodieke ontmoetingen. Volgens de mentor en de bewindvoerder heeft de ontmoeting voor de vrouw geen enkele toegevoegde waarde gehad, bij haar tot (grote) onrust geleid en moet deze zeker niet leiden tot een omgangsregeling. Beide partijen hebben de voorzieningenrechter vervolgens om een vonnis gevraagd.

Volgens de voorzieningenrechter zijn er kort gezegd geen goede redenen voor de mentor en de bewindvoerder om de verblijfplaats van de vrouw nog langer voor de man geheim te houden. De bewindvoerder mag zich alleen met vermogenskwesties inlaten en daar gaat dit kort geding niet over. Door haar verblijfplaats geheim te houden schermt de mentor haar af, in het bijzonder voor de man en de zijnen. Voor die blokkade moet de mentor goede redenen hebben.

Dat leidt tot de vraag of hij hier ‘de zorg betracht van een goed mentor’. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de mentor het relationele aspect vanaf het begin te veel uit het oog verloren.

Volgens de rechter heeft de vrouw zelf geen overwegende bezwaren tegen contact met de man en heeft zij zich integendeel in het gesprek met de rechter daarover positief geuit. De man mag dus weten waar de vrouw verblijft. De voorzieningenrechter beslist dat de man ook contact met de vrouw mag opnemen om te vragen of hij mag langskomen, waarbij het aan de vrouw is daarop wel of niet in te gaan.

De voorzieningenrechter treft geen omgangsregeling omdat de wet daarvoor geen mogelijkheid biedt, nog afgezien van de praktische haken en ogen die daaraan in de weg staan. Ook wijst de rechter het door de bewindvoerder en mentor gevraagde contactverbod af, nu er geen aanleiding is om aan te nemen dat de man onrechtmatige handelingen jegens de vrouw in de zin heeft.

Hij is een oude man met een slechte gezondheid die twee uur rijden van haar vandaan woont, geen financiële aanspraken heeft en niet (meer) wil tornen aan de zorg die de vrouw krijgt. Het feit dat de man en zijn dochter het geval onder de aandacht van de media hebben gebracht, is geen rechtvaardiging voor het gevraagde contactverbod.

De voorzieningenrechter geeft in het vonnis geen oordeel over de gang van zaken toen de vrouw in september 2009 in een zorghotel werd geplaatst, omdat de vorderingen in het kort geding daar niet over gaan.

LJ Nummer BO3334

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 21 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
Conservatoir beslag op urn met as omdat kind medaillon met as wil dragen net als de andere kinderen

Alleen aanvoeren dat band met overledene goed was blijkt onvoldoende

Een dochter wil een klein deel van de as van haar overleden vader in een medaillon dragen. De weduwe weigert echter afgifte en zo belandt de familie bij de rechter. De dochter (A) heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat B onzorgvuldig en aldus onrechtmatig jegens haar handelt door te weigeren een klein deel van de as van X aan haar af te staan, vooral omdat de andere (stief)kinderen van de overleden persoon wel een medaillon met as van X hebben gekregen. De dochter heeft op 9 januari 2013 - na verkregen verlof daartoe van de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking van 3 januari 2013 - conservatoir beslag laten leggen op de urn met de as. Voor het aannemen van een zogeheten onrechtmatige daad zijn de nodige voorwaarden. De rechter beslist als volgt, na een korte inleiding op die criteria:

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
Peter van den Bossche herbenoemd als rechter bij Wereldhandelsorganisatie
Professor Peter van den Bossche is herbenoemd als rechter bij het Appellate Body van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Hiertoe besloten de 159 Lidstaten van de WTO onlangs tijdens een bijeenkomst in Genève. Universiteit Maastricht meldt verder dat de hoogleraar (sinds 2001, op gebied van Internationaal Economisch Recht) werd benoemd voor een tweede termijn van vier jaar.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden