Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Hammerstein bij boek Otte: politiek voorkeur niet belangrijk, nieuwe rechter professional met hart

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Hammerstein bij boek Otte: politiek voorkeur niet belangrijk, nieuwe rechter professional met hart

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opinie arrow Hammerstein bij boek Otte: politiek voorkeur niet belangrijk, nieuwe rechter professional met hart
 
Hammerstein bij boek Otte: politiek voorkeur niet belangrijk, nieuwe rechter professional met hart
vrijdag, 19 november 2010

Boek Otte haaks op dat van Willem van Bennekom

Mr. A. (Fred) Hammerstein, raadsheer, niet te verwarren met Oscar, heeft vandaag in perscentrum Nieuwspoort een voordracht gehouden bij de presentatie van het boek ‘De nieuwe kleren van de rechter’ van prof.mr. Rinus Otte. Hij vindt dat collega's heel zelden stommiteiten of ernstige tekortkomingen vertonen en merkt daarom veel van de door Rinus gebruikte persoonlijke voorbeelden in het kader van zijn boek aan als 'irrelevant'.

Hammerstein is niet beschikbaar voor vragen of het geven van toelichting, maar de toespraak staat hieronder.

Hammerstein over 'De nieuwe kleren van de rechter

 "Toen Rinus Otte mij vroeg hier iets te zeggen over zijn boek, kende ik de inhoud daarvan niet. Ik wist wel waarover het ging en ik ken Rinus goed genoeg om te weten dat het een kritisch boek zou zijn. Daarin heeft hij mij niet teleurgesteld. Ik onderschrijf zijn betoog dat in de organisatie van de rechtspraak nog veel kan worden verbeterd, en dat we toch positief kunnen zijn over de kwaliteit van de rechtspleging.

Het valt zonder meer toe te juichen dat over verbetering van de rechtspraak in alle openheid wordt gesproken, maar als het om personen gaat, ook al zijn die personen slechts bedoeld als voorbeelden, had Rinus Otte wat mij betreft veel terughoudender moeten zijn. Voor een groot gedeelte had hij zijn ontboezemingen voor zich moeten houden. Ze zijn niet nodig en verzwakken het betoog.

Het is echter zijn boek en het betreft zijn persoonlijke  ervaringen uit vijftien jaar rechterschap die hij daarin heeft opgeschreven. Die kan en wil ik niet tegenspreken. Rinus Otte is een betrokken en kritische waarnemer van binnenuit. Hij hecht aan integriteit en hij legt de lat heel hoog voor zichzelf en voor anderen.

Dat die anderen wel eens een heel andere mening kunnen hebben, zowel over de persoonlijke als over de zakelijke observaties, lijkt mij echter allerminst uitgesloten. Ik denk dat als hij zijn verhaal aan die anderen had voorgelegd, hij nuanceringen had aangebracht, die ik nu mis. Iedereen weet dat haar of zijn perceptie van gebeurtenissen subjectief is, het is immers zijn of haar waarheid en die is vaak maar een deel van de waarheid. Ik denk aan de befaamde bal in een boekje van prof. Pitlo: twee mensen komen elkaar tegen bij een bal en de een zegt: mooie groene bal en de ander: neen, de bal is rood. Ze maken daarover ruzie en als ze doorlopen, zien ze, nog even boos achterom kijkend, de waarheid van de ander. De bal had twee helften: een groene en een rode.

Het is dus maar van welke kant je kijkt. Toch wil ik graag benadrukken dat Rinus Otte met zijn beschrijvingen van wat in zijn ogen verkeerd is gegaan, bedoeld heeft dat we daaruit lering kunnen en moeten trekken. Het  gaat niet zo zeer om de juistheid van de foutenanalyse, maar vooral om de les voor de toekomst.

Ik kan terugkijken op 33 jaar werken in de rechtspraak. Als ik over de organisatorische aspecten van mijn werk had geschreven, zou het een ander boek zijn geworden dan dat van Rinus. Dat weet hij, want we hebben meer dan eens ervaringen uitgewisseld.

Ik heb door de jaren heen meestal hard werkende, bekwame en toegewijde rechters ontmoet met wie ik vrijwel steeds goed heb kunnen samenwerken. Ik deel die ervaring met een oud- rechter die onlangs een boek heeft gepubliceerd, Willem van Bennekom (Op drijfijs). Wat hij schrijft staat zo haaks op de observaties van Otte dat ik het niet onvermeld wil laten:

“Ik denk dat het tegenwoordige rechtersbestand, individueel gezien, in overgrote meerderheid  volledig voor zijn taak is berekend.  In mijn waarneming bestaat het overgrote deel van de individuen die de zittende magistratuur vormen uit bovengemiddeld analytisch ingestelde, bovengemiddeld kritische, hoogst consciëntieuze en niet-hiërarchisch of autoritair denkende mensen. Mensen die bij lange na niet het salaris verdienen van een commerciële advocaat, maar een grote toewijding in hun werk aan de dag leggen. Personen die bovendien doorgaans een open oog hebben voor wat er in de samenleving speelt, en daarin ook vaak op een actieve manier participeren.” (p. 100)

Zo is het maar net. Natuurlijk ken ik ook teleurstellingen en tegenvallers, en ik heb zeker ook de nodige fouten en tekortkomingen gezien, inclusief die van mijzelf.

Het is voorgekomen dat collega’s zich niet gedroegen op een wijze die ik voor een rechter passend vind, maar het zijn wel uitzonderingen. Het betrof dan bijna altijd een onbehoorlijke wijze van bejegening van mensen of oncollegiaal en irritant gedrag, en maar heel zelden stommiteiten of ernstige tekortkomingen. Ik vind daarom veel van de door Rinus gebruikte persoonlijke voorbeelden in het kader van zijn boek irrelevant.

Rinus Otte en ik zijn het op een aantal punten eens: door de bank genomen gaat het in de Nederlandse rechtspraak goed, maar er zijn ook nog tal van punten waar het beter zou kunnen. Je mag aan de rechter zeer hoge eisen stellen en niet iedereen kan daaraan altijd volledig voldoen.

Het rechtersvak is moeilijk omdat de rechter vaak voor ingewikkelde en zwaarwegende beslissingen staat. De maatschappij verwacht terecht dat die beslissingen zorgvuldig worden genomen, juridisch in orde zijn, blijk geven van een volledig en nauwgezet onderzoek van de feiten en binnen aanvaardbare tijd tot een juiste en rechtvaardige uitkomst leiden.

En zo niet, dan wordt, helaas maar al te gauw, gezegd dat de rechter “blundert”.

De enige juiste reactie daarop is dat rechtspraak inderdaad moet laten zien dat die hoge kwaliteit geleverd wordt, en, als dat niet zo is, subiet zorgt voor verbetering. Dus moet de rechter een goed jurist  zijn, het ambacht beheersen, goed met mensen kunnen communiceren, voldoende analytisch zijn en besluitvaardig. De rechter moet empathisch zijn en toch ook afstand kunnen houden, maatschappelijk inzicht hebben en oog voor de beginselen van de rechtsstaat. Hij moet zorgvuldig belangen kunnen afwegen en knopen kunnen hakken, waarbij de gevolgen voor de betrokkenen ingrijpend kunnen zijn.

Hij moet alle tijd nemen voor het doornemen van dikke dossiers en toch binnen een tamelijk korte tijd veel werk verzetten. En dat onder werkomstandigheden die lang niet altijd ideaal zijn, al is er in de afgelopen tien jaar heel veel verbeterd. 

Wij hebben goed opgeleide rechters, die erg betrokken zijn bij hun werk,  veel oog hebben voor de rechtsstatelijke kant ervan, en kritisch proberen te blijven. Zij zijn naar hun aard mensen die naar evenwicht zoeken, geen ruziemakers, maar ook geen goede feedback-gevers, typische professionals die liever niet gestoord worden door bestuurders, die zij beschouwen als managers met onvoldoende oog voor het belang van het inhoudelijke werk.  Er is altijd te veel werk voor te weinig mensen, de rechter streeft naar perfectie waarvoor dan toch weer niet voldoende tijd en geld beschikbaar zijn.

De in het boek beschreven problemen van schaalvergroting, bureaucratisering en standaardisering als gevolg van productiedwang zien we elders ook, bij de overheid, bij de politie, in ziekenhuizen en in scholen. [Zie daarover onlangs nog een artikel in Trouw van 30 oktober 2010.]

Van alle professionals wordt verlangd dat zij kwalitatief goed zijn en toch óok efficiënt werken. In de afgelopen jaren hebben de Raad voor de rechtspraak en alle gerechten daaraan juist veel aandacht geschonken. Er is werkelijk veel tot stand gebracht.

De rechtspraak is niet alleen een belangrijk onderdeel van de trias politica, en een essentiele waarborg voor de handhaving van de rechtsstaat, maar ook een bedrijf.

Mijn waarneming is dat rechters voor de fundamentele beginselen van goede rechtspraak altijd meer dan voldoende aandacht hebben maar vaak veel minder voor de bedrijfsmatige aspecten.
In het blad Novum van oktober 2010 staat een artikel over de nieuwe rechter (rechters in opleiding) naar aanleiding van een raio-enquête.

Natuurlijk trok de politieke voorkeur van de nieuwe rechter dadelijk de aandacht, maar die voorkeur is niet belangrijk, want zij speelt – is mijn ervaring – gelukkig geen rol in de dagelijkse rechtspraktijk.  Belangrijk lijkt mij de volgende constatering:

 De nieuwe rechter is een professional met een hart. Hij heeft een luisterend oor, maar bewaakt zijn onafhankelijkheid alsof zijn leven ervan afhangt. Hij wil alles uitleggen, ook als hij een fout maakt.

Wat zijn volgens deze jonge mannen en, steeds meer, vrouwen de belangrijkste eigenschappen die een rechter moet hebben?
Ik citeer weer:

De belangrijkste eigenschappen die een rechter – in de ogen van de nieuwe garde – moet hebben, zijn onpartijdigheid, rechtvaardigheid en onafhankelijkheid. Het zijn klassieke waarden in de rechtspraak, dus verbazing hoeft de uitkomst niet te wekken. Ze worden gevolgd door ‘een goed jurist zijn’, ‘goed kunnen luisteren’ en ‘kritisch zijn’.

Ik kan alleen maar verheugd zijn over deze uitkomst van de raio-enquête en ik ben er zeker van dat alle rechters dat zullen zijn, maar ook allen die in onze samenleving het belang van een goede rechtspraak onderkennen en waarderen.

Niet voor niets stond in het FD van 29 oktober 2010 een redactioneel met de kop: verdedig rechtsstaat. Die rechtsstaat is namelijk geen speeltje van de rechters maar is een van de meest wezenlijke voorwaarden voor een vreedzame en welvarende samenleving waarin de economie kan floreren.  Waar rechtspraak hapert, is niemand meer veilig en kunnen macht en willekeur overheersen. Die goede rechtspraak kan alleen worden gehandhaafd met voldoende steun vanuit de  samenleving voor rechters met de eigenschappen die zojuist zijn genoemd.

Dat is helemaal geen eenvoudige opgave, maar deze intentie is er wel bij de gehele rechterlijke macht.

De bedrijfsmatige en organisatorische kanten van het rechterlijk werk blijven (of bleven) vaak onderbelicht. Rinus Otte en ik hebben beiden de periode meegemaakt waarin daarvoor veel meer aandacht is ontstaan en waarin aan de vernieuwing van de rechtspraak in dat opzicht hard is gewerkt. Die vernieuwing heeft ook schaduwkanten.

Overal waar management en organisatie een rol gaan spelen, ontstaat het risico van bureaucratisering zoals in het boek wordt besproken. Het was veel gemakkelijker prettige collega’s van elkaar te zijn in de betrekkelijke luwte van vroeger, toen iedereen ook al hard werkte, maar in een andere samenleving en met veel minder kritische toeschouwers. In de hectiek van vandaag, waarin de belangentegenstellingen scherper zijn, de aanvaarding van gezag is verminderd en de media-aandacht groot is, lopen de spanningen wel eens op. De rechter moet daartegen bestand zijn, maar is ook maar een mens.

Juist de kritische rechter aanvaardt niet zo eenvoudig wat een gerechtsbestuur voorschrijft. Inderdaad, ook daar bewaakt hij zijn onafhankelijkheid alsof zijn leven ervan afhangt. Gerechtsbesturen hebben het daarmee niet gemakkelijk. Als de problemen groter worden, gaan ook vaak de meningen verder uiteenlopen.

Spanningen en meningsverschillen uiten zich soms in onwenselijk gedrag. Maar, om een wat vreemd voorbeeld te gebruiken, een razende en tierende kok kan nog best heel goed koken en de gast aan tafel behoeft daarvan niets te merken, al hoopt hij natuurlijk dat de kok fluitend zijn werk heeft gedaan.

Ik versta het boek van Rinus Otte (dat aansluit bij zijn oratie van 23 november a.s.) als een oproep tot verdere kwaliteitsverbetering aan de organisatorische kant. Het gaat in feite om een aantal voor de hand liggende en overal voorkomende knelpunten en verbeterpunten.

a)  In de eerste plaats een nog verdergaande professionalisering van het werk. Dit betekent dat rechters steeds meer oog hebben voor zowel de kwaliteit van de inhoudelijke kant van hun werk als die van  de bedrijfsmatige kant, zoals tijdigheid en doelmatigheid. Daarbij hoort een behoorlijke en zakelijke bejegening van procespartijen, maar ook van elkaar, van medewerkers en van bestuurders.

Otte bepleit terecht dat rechters juist méér verantwoordelijkheid en autonomie moeten krijgen bij de inrichting van hun eigen werk, maar dan ook bereid moeten zijn daarover verantwoording af te leggen. Het gerechtsbestuur mag zich niet bemoeien met de inhoud van de rechtspraak, maar wel wel met de bevordering van kwaliteit en doelmatigheid.

b)  In de tweede plaats onderschrijf ik het pleidooi om een versteviging van het bestuur. De rechtspraak heeft behoefte aan goed geschoolde bestuurders en aan verbetering van de kwaliteit van het bestuur.

Het betoog van Otte is ook hier gelardeerd met vele voorbeelden uit de dagelijkse praktijk, maar bevat nog niet een heldere oplossing voor de problemen waarmee bestuurders in de rechtspraak nu eenmaal te kampen hebben. Het pleidooi om éénheid van bestuur lijkt erg vanzelfsprekend, maar is belangrijk. Naarmate de kwaliteit van het bestuur toeneemt, zal dat ook gelden voor de aanvaarding van beleid.

c)  In de derde plaats: de lerende organisatie verdient meer aandacht. Het treft dat minister Hirsch Ballin in juni van dit jaar bij de 50e verjaardag van de SSR behartigenswaardige opmerkingen daarover heeft gemaakt:

 “Het vertrouwen in de rechterlijke macht zal in dialoog met de samenleving, politiek en bestuur telkens moeten worden herbevestigd. Zonder afbreuk te doen aan de onafhankelijkheid van de rechter waarop rechtzoekenden en verdachten mogen rekenen.

Een meer openlijke, zelfkritische houding kan hierbij niet worden gemist. Het blijkt een moeizaam proces te zijn om rechters met elkaar ervaringen te laten uitwisselen. De rechterlijke macht zal moeten groeien naar een lerende organisatie, die wat ze heeft geleerd ook wil delen. Dat veronderstelt een open, ontvankelijke houding.”

Ik vind dat wijze woorden van de (oud-)minister. Ze sluiten aan bij het rapport van de commissie Deetman, die vooral het gebrek aan feedback een zwak punt vond in de rechtspraak. Rinus Otte bespreekt, terecht, eveneens dit punt uitvoerig. Hij heeft aan de oproep van de minister om meer openlijk van een kritische houding te getuigen gevolg gegeven. Dat getuigt van moed en daarvoor verdient hij waardering. Ik zou het zeer betreuren als zijn boodschap werd misverstaan en als het een discussie wordt over de juistheid of onjuistheid van zijn observaties. Ik zie het als een goed teken dat een rechter openlijk voor zijn zorgen uitkomt, concreet benoemt waarom hij zorgen heeft en oplossingen aandraagt. Dat verzwakt de organisatie niet, maar geeft kansen voor discussie en verbetering.

Daarom voer ik hier vandaag graag het woord. Ik ben helemaal niet blij met alle kritiek die in het boek staat en ik laat de persoonlijke kritiek geheel voor rekening van de schrijver, maar ik schaar mij achter Rinus Otte in zijn pleidooi om zeer kritisch naar onszelf te kijken en te zorgen dat waar het beter kan, ook beter gáát. Dat rechters plezier in hun werk hebben en dat uitdragen. Dat niet alleen de rechtsstatelijkheid bewaakt wordt, maar ook, en méér dan nu al gebeurt, de kwaliteit en de goede bedrijfsvoering.

Dat kritiek niet als hinder maar als hulp wordt ervaren. Dat mensen vertrouwen in de rechter mogen hebben en houden, niet omdat deze onfeilbaar is, maar omdat de rechter doorgaans wijs en verstandig oordeelt en openstaat voor kritiek, waardoor in de toekomst nodeloze fouten kunnen worden vermeden. Zo versta ik de strekking van dit boek.

Wij hebben allemaal belang bij een goede rechterlijke organisatie en een goede rechtspleging. We dragen allen op onze eigen plaats daarvoor verantwoordelijkheid. De verbeteringen moeten vooral van binnenuit komen.

Welnu, zie hier dan weer een nieuwe kans, naast al datgene dat in de afgelopen jaren al is bereikt. Dit boek zegt niet dat er niets gebeurt. Integendeel. Het zegt wel: het kan nog zoveel beter. Of zoals een van de jonge vrouwelijke rechters antwoordde op de vraag naar haar ambitie: ik wil de beste zijn!  Zo mag ik het graag horen."

Aldus sprak Fred Hammerstein.

 
< Vorige   Volgende >


 woensdag, 22 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Van slachtoffer tot dader? 8 jaar celstraf man die zijn mogelijke ontuchtpleger dood heeft geslagen

Man wilde koste wat het kost het beeldmateriaal in handen krijgen

Rb Almelo/NJD - De rechtbank Overijssel in Almelo heeft een 29-jarige man uit Hof van Twente veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar wegens doodslag op een 59-jarige man uit Goor. De straf komt overeen met de eis van het OM. De rechtbank oordeelt dat de man het slachtoffer vorig zomer met opzet van het leven beroofde, maar ziet geen bewijs dat hij met voorbedachten rade handelde.

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Vanaf vandaag is het Juridisch Loket minder lang open en telefoontarief verhoogd

Aangepaste openingstijden

De bezuinigingen, zo herhaalt het Juridisch Loket nog maar eens, hebben geleid tot maatregelen voor rechtzoekenden. Het Juridisch Loket zegt wel 'overal open en bereikbaar' te willen blijven.

Wie het Juridisch Loket bezoekt dient te letten op de aangepaste openingstijden (zie schema onderaan).
Telefonisch is het loket op maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 18.00 uur bereikbaar.

Voor de rechtshulplijn 0900 - 8020 geldt m.i.v. vandaag het verhoogde telefoontarief van € 0,20 p/m. Een online bezoekje aan www.juridischloket.nl scheelt misschien een gang naar het loket.

LEES VERDER...
 
UvA-eredoctoraten voor econoom Alvin Roth en rechtsgeleerde James Crawford
UvA - De Universiteit van Amsterdam (UvA) kent eredoctoraten toe aan econoom en Nobelprijswinnaar Alvin Roth en rechtsgeleerde James Crawford. Crawford ontvangt het eredoctoraat vanwege de grote invloed die hij heeft op de internationale rechtswetenschap, in het bijzonder op het internationale aansprakelijkheidsrecht.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden